Menu

Home
Wat is Aquitarius
Links
Het genre Fantasy
Biografie
Recensies
Agenda
Interviews
Messageboard

Google

Kushiëls Pijl

Identificatie

ISBN
90-225-3370-0
Auteur
Jacqueline CAREY
Publicatiejaar
2003
Uitgeverij
Uitgeverij M
Aantal Pag.
736
Reeks
Kushiëls Erfenis
Vertaler
Peter Cuijpers
Illustrator
John Jude Palencar

Thema

Trouw

Leitmotiv

Het boek speelt met klassieke fantasy-elementen om zaken zoals lust, macht en wil te onderzoeken en hoe deze uitgespeeld worden tussen individuen, dit op een breed verhaal waar de inzet hoog is.

Situering

Carey laat hier moeiteloos het oude Europa samenvloeien met een imaginaire wereld, ze gebruikt zelfs de Kathaarse idee om haar wereld extra verf te geven. De kaart in het begin van het boek laat geen twijfel bestaan: het is Engeland met Ierland voor de kust van de Benelux, Frankrijk het noorden van Spanje, Italië en Duitsland. De landen krijgen wel andere namen: Alba en Eire, Terre d’Ange, Aragonia, Caerdicca Unitas en Skaldia. Op het eerste zicht lijkt de Kathaarse idee duidelijk terug te vinden te zijn in de geschiedenis van Terre d’Ange, dat Frankrijk blijkt te zijn. Toch is dit niet zo, volgens Jacqueline Carey. De Angelieke godsdienst is een mengeling tussen Joods-Christelijke theologie, geëxtraheerd uit de apocryfe teksten en gecombineerd met de traditie van de zwervende Dionysische vruchtbaarheidsgod. De Zoon van God wordt gekruisigd in het Verre Oosten, een vrouw die hem liefheeft begraaft hem en van haar tranen wordt een jongen geboren, Elua. Elua trekt naar het westen, op zoek naar een ‘paradijs’. Hij vindt dat paradijs in Terre d’Ange. Zijn motief is : heb lief zoals ge wilt. God ziet dat niet zo goed zitten en stuurt enkele Engelen op hem af met de bedoeling zijn kleinzoon naar de hemel te krijgen. Maar Elua weigert en wat nog meer is, die Engelen hebben meer interesse in het motief van Elua dan in hun god en besluiten bij hem te blijven. Uiteindelijk doet God zijn ultieme voorstel: Elua en zijn ‘gevallen’ Engelen moeten weg. God maakt een tweede, meer perfecte Terre d’Ange en zij trekken uit onze wereld. Ondertussen is het land waar hij zovele jaren gewoond heeft doortrokken van zijn aanwezigheid en is het een soort aards paradijs bevolkt door mensen met hun zonden en hun zegens. Het is niet allemaal rozengeur en maneschijn in Terre d’Ange, het wordt in het oosten belegerd door de barbaren, de Skaldiërs. Intern wordt er ook het een en het ander gekonkeld over de troon.

Karakters

Phèdre nó Delaunay: hoer die door het teken van Kushiël is geraakt. Ze is een anguisette, een prostitué die haar genot haalt uit pijn. Een soort SM-type, met de nadruk op de M. Aelwyn nó Delaunay: andere pupil van Delaunay. Joscelin Verreuil: Broeder van de Cassilijnse Broederschap, persoonlijke lijfwacht van Phèdre. Anafiël Delaunay: patroon van Phèdre en Aelwyn. Hij leert ze niet alleen op als prostituees, maar ook als spionnen. Hyacinthe: Prins der Reizigers. Bastaardzoon van een Tsingaanse vrouw en een man van Terre d’Ange. Door zijn afkomst vervloekt door zijn eigen volk. Heeft de dromonde, een soort van zien in de toekomst, dat niet aan mannen mag worden aangeleerd. Melisande Shahrizai: hoofd van het huis Shahrizai, goede vriendin van Delaunay.

Verhaal

Toen Elua door Terre d’Ange zwierf in gezelschap met de Engelen, sliep één van de Engelen, Namaah, geregeld met mensen voor geld en voedsel. Deze traditie werd geëerd en er werden dertien huizen opgericht waarin alle mogelijke vormen van de liefde werden bedreven. ‘Heb lief zo ge wilt’ ten voeten uit. Het verhaal vangt aan wanneer een vrouw een meisje van tien naar het Huis Cereus brengt om haar te verkopen. De Dowayne (meesteres van het huis) van het huis koopt het meisje, maar het is niet perfect, ze heeft een rood bloedvlekje in haar linkeroog. Later krijgt ze Dowayne het bezoek van een edelman wiens gedichten verboden zijn door de koning, Anafiël Delaunay. Hij koopt het kind voor een groot bedrag. Het meisje, Phèdre, groeit op aan het Nachthof in het huis Cereus en ontdekt dat pijn haar meer plezier en genot brengt dan normaal is. In Terre d’Ange noemen ze zulke meisjes anguisettes, zulke meisjes zijn zeer zeldzaam. Soms ontsnapt Phèdre aan het Nachthof om inde straten te zwerven, waar ze een jonge Tsingano leert kennen, Hyacinthe. Ze worden de beste vrienden. Wanneer Phèdre tien jaar wordt, wordt ze meegenomen door Anafiël. Hij leert haar vele talen, omgangsvormen en vooral om haar ogen en oren goed de kost te geven. Als ze de leeftijd heeft bereikt om haar dienst aan Namaah te volbrengen (lees te prostitueren), laat Anafiël haar enkel slapen met uitgelezen machtige mannen. Zo komt hij heel wat complotten en dingen aan de weet, waarvan Phèdre noch Aelwyn helemaal van op de hoogte zijn. Elk van haar patroons betaalt een contract aan Anafiël, maar de fooien zijn voor zij die in dienst zijn van Namaah. Met die fooien laten ze zich een mark tatoeëren op hun rug. Aelwyn behaalt als eerste zijn mark alsook een verschrikkelijk geheim die de macht van het koningschap kan schaden. Hij wordt onderweg belaagd en hun lijfwacht wordt gedood. Anafiël neemt een nieuwe lijfwacht in dienst, een broeder van de Cassilijnse Orde, Joscelin. Hij is niet erg in zijn schik met zijn opdracht. Phèdre werkt verder tot ze uiteindelijk ook haar mark behaalt. Op het moment dat ze haar laatste strepen laat zetten van haar mark, worden ze onderbroken door een boodschapper. Ze spoeden zich naar huis, maar vinden Anafiël en Aelwyn dood. Zelf worden ze gevangen genomen en verkocht als slaven aan Skaldiërs. Phèdre weet zich staande te houden in de ruwe leefgemeenschap van de Skaldiërs. Ze spreekt de Skaldische taal en is de bedgenote van de stamleider. Joscelin doet het minder goed, die vecht tegen zijn lot en moet worden geknecht. De stamleider, Gunter Arnlaugson, is zo onder de indruk van Phèdre dat hij haar wegschenkt aan de leider van de Skaldiërs, Waldemar Selig. Eeuwenlang hadden de Skaldische stammen onder elkaar gevochten, maar deze keer was er een man die de stammen kon verenigen: Waldemar. Phèdre ontdekt als ze bij Waldemar is, dat er een complot is gesmeed tegen het koningshuis. Isidore van Aiglemort speelde onder een hoedje met Melisande. Aiglemort zou de Skaldiërs vrije toegang verlenen tot het land van Terre d’Ange. Maar wat hij niet wist, was dat Melisande een tweede akkoord had gesloten met Waldemar zelf en dat ze samen over de twee koninkrijken zouden heersen. Nu moesten Phèdre en Joscelin moeten kunnen ontsnappen om Terre d’Ange en haar koningin (de koning was gestorven ondertussen) op de hoogte te brengen en het leger in staat van paraatheid te brengen. Ze ondernemen een gedurfde ontsnappingspoging en weten Terre d’Ange te bereiken. Met de hulp van de dichteres van het hof, Thelesis van Mornay, een goede vriendin van Anafiël, kunnen ze de koningin spreken, Ysandre de Courcel. De enige hoop van Terre d’Ange ligt in een bondgenootschap tussen Terre d’Ange en Alba. Maar de oversteek is gevaarlijk, het kanaal wordt beheerst door de Meester van de Straat. De enige die hen zou kunnen meevoeren was Quintillius Rousse, de admiraal van ’s konings vloot. Ze besluiten het kanaal over te steken, wat hen uiteindelijk lukt. Daar ontmoeten ze de Tweeling, Grainne en Eamonn, de heren van Dalradia. Onder hen was ook de verdreven cruarch Drustan, die zijn troon had verloren. Na dagen van onderhandelen besluiten de Dalradiërs Drustan te helpen zijn troon te heroveren. Na zijn overwinning varen ze terug het kanaal over, maar worden in de val gelokt door de Meester van de Straat. Ze mogen pas weg nadat ze een raadsel hebben opgelost. Blijkt dat de Meester van de Straat een oude engel is en zij kunnen pas weg als er iemand van hun gezelschap zijn plaats inruilt met hem. Hyacinthe blijft. Op het moment dat de het schip van Rousse Terre d’Ange nadert, blijken de invallen al begonnen te zijn. Quintillius Rousse roept zijn vloot bij zich en trekt via rivieren naar de brandhaard van het slagveld. Aiglemort en zijn leger wordt gevangen genomen door de verenigde strijdmachten van de Albanen en Angelieken. Hij beseft dat ook hij is verraden en strijdt mee in de laatste strijd tegen Waldemar Selig. De Angelieken en de Albanen kunnen de Skaldiërs verslaan en Aiglemort doodt in een tweegevecht Waldemar en sterft. Melisande wordt door haar vroegere bondgenoten verraden en voor de koningin geleid. Terwijl ze op haar doodsvonnis wacht, kan ze ontsnappen. Phèdre en Joscelin trekken zich terug op het landgoed van Montrève, dat ze erft als enige erfgenaam van Anafiël Delaunay. Na daar een tijdje vertoeft te hebben, besluiten ze allebei om terug te keren naar de stad en de koningin verder te beschermen.

Stijl

Mijn eerste indruk was : het verhaal van een pooier en zijn hoeren. Boeiend! Maar ik geef toe, er zat meer achter. Niet alleen het naadloos inpassen van een fantasywereld in een oud Europa, ook de Kathaarse ketterij als uitgangspunt nemen van een fantasywereld sprak me enorm aan. Er zitten enkele seksscènes in, maar vooral in het begin van het boek en ze zijn niet uitgesproken vulgair. Ze bouwen mee aan de stemming van Terre d’Ange. Carey laat het ook niet na om verschillende mysteries in het hoofdverhaal te weven en die met mondjesmaat te ontrafelen. Het levensverhaal van Anafiël Delaunay, het geheim van de Meester van de Straat, de Skaldiërs en hun drang naar lebensraum, het zijn nevenverhalen die volwassen genoeg zijn om een eigen boek te kunnen vormen. De stijl van Carey is niet uitgesproken vrouwelijk, niettegenstaande haar hoofdpersonage een vrouw is. Het verhaal sleept de lezer mee zonder dat hij zich gewaar wordt de schrijfster erachter. Het is een serieuze turf maar verveelt nooit. Het woordgebruik is innovatief en heel kleurrijk, sommige termen (Tsingano, joie) hoeven zelfs geen verdere uitweiding, ze spreken voor zich.

Persoonlijke appreciatie

Het boek is plakker. Het komt traag op dreef, maar na enkele honderd bladzijden beginnen verscheidene draden zich in alle richtingen uit te spreiden en begint men het ware genoegen te smaken van een schrijfster die verschillende nevenplots en mysteries kan laten ontrafelen met dwergengeduld. Het verhaal is structureel heel sterk opgebouwd, het woordgebruik is verrassend uitgebreid en het verhaal verveelt geen moment. Zeker een aanrader voor de fantasylezer.




Van dezelfde hand:


Van dezelfde auteur:

Kushiëls Pijl
Kushiëls Keuze

Uit dezelfde reeks:

Kushiëls Pijl
Kushiëls Keuze

Google ads